Stamkamp 2011

Na het zomerkamp van de jeugdleden hebben onze stamleden een heus stamkamp gehad. Gezellig met elkaar het schip terugvaren naar Tull en 't Waal. Dit is een verslag van de penningmeester van de stam: Max.

We vertrokken zaterdag 16 juli op een wisselvallige ochtend richting Terherne. In Vreeswijk verdeelden we de (soms overbodige) spullen over de auto's van een aantal dolfijnenouders die zo vriendelijk waren geweest ons een lift te geven. Een van onze eigen auto's laadden we vol met barkrukken, zodat we tijdens ons eigen kamp aan de bar in de keuken van het schip konden zitten. De dolfijnenstaf zat vol ongeduld op de aflossing te wachten zodat ze de week van tirannie door de jongste leden achter zich konden laten. Toen deze na een eenvoudige maar voedzame lunch eindelijk waren vertrokken, maakte de verslagen, afgeleefde blik in hun ogen plaats voor een lichte sprankeling van hoop. We maakten ons klaar voor het vertrek en verdeelden ons over de lelievletjes. Na ons vertrek startten de overgebleven leden de 8 cilinder Klokner Humbold Deutz SA-517 (155 PK bij 1150 t/pm) en voeren ons achterna.

Op het Sneekermeer werden de zeilers overvallen door een flink noodweer, waar ze een boot voor verloren moesten achterlaten. We voeren naar het starteiland om een kop koffie te drinken en even stil te staan bij het verlies van de twee opvarenden. Ze waren aan lagerwal geraakt toen de rijglijn was losgeschoten en ze in een vlaag van onbedachtzaamheid het grootzeil lieten zakken om deze weer vast te knopen. Toen we na onze koffie en een portie bittergarnituur buiten kwamen, spotten we echter een klein bruin zeil aan de horizon, dat erop wees dat wij weer eens overhaaste conclusies hadden getrokken. Inmiddels hadden we ook contact gelegd met de Nieuwe Zorg, die helaas vertraging had opgelopen omdat het slachtoffer was geworden aan de lunchpauze van een brugwachter.

We stapten weer in onze twee stalen rossen en voeren het Sneekermeer op, op zoek naar een goede ligplaats voor ons trouwe moederschip. Deze ligplaats werd snel gevonden in een klein vaartje aan het Sneekermeer. We legden aan, herenigden ons met onze verloren gewaande broeders die inmiddels ook gearriveerd waren en wachtten op de aankomst van de Nieuwe Zorg. Toen deze eindelijk lag, nuttigden we een voedzame maaltijd van varkensvlees en pitabroodjes en een lichte salade. Daarna besloten we naar Sneek te varen om ons daar in te leven in de plaatselijke cultuur. Wat er vervolgens allemaal gebeurde is een mysterie, aangezien alles wat in Sneek gebeurt, ook in Sneek blijft. Wel weet ik dat dit een avond was met poolbiljart, tafelvoetbal, en allerlei ander avontuur.

De volgende dag aten we een eiwit- en geelrijk ontbijt waarna we ons over de vraag bogen wat die dag te doen. De twee dagen die volgden zijn in mijn hoofd door elkaar geraakt; ik weet dat we nog een dag hebben gezeild, gevliegerd en zelfs een zwembad op het dek hebben gemaakt, maar in welke volgorde is me een raadsel. Friesland doet wat met je hoofd, of misschien was het wel de Nasi van zondag of de (zeer knoflookrijke) macaroni van maandag. Belangrijk was dat de wind een kwartslag gedraaid was waardoor de Nieuwe Zorg ineens aan lagerwal lag. Dit gaf een aantal problemen in de afvaart; de wind zou ons gelijk tegen de steiger aanblazen tenzij we de gehele steiger konden gebruiken. Dit laatste was echter niet mogelijk vanwege een aantal boten die achter ons lagen. We zouden dus nog een dag extra moeten wachten. 's Avonds hebben we in het schip gezeten en Sneek nog eens bezocht, ook hebben we ons frituurplan uitgevoerd. Een pan vet op het gasfornuis waarin een aantal gegratineerde versnaperingen langzaam goudbruin kleurden.

Na deze paar dagen in (de buurt van) Sneek vertrokken we richting het zuiden. We voeren langs Lemmer het IJsselmeer op en vervolgens om de Noord-oost polder heen het ketelmeer op. Ondertussen knutselden een aantal creatievellingen een stortdouche, door de autokraan twee meter boven het midden van het dek te positioneren, te verlengen tot boven het eerder gekluste zwembad en het koelwater over de kraan heen in een groot vergiet te leiden. Deze dag stond vooral in het teken van uitrusten en de eerder opgelopen hoofdpijnen kwijt te raken. We voeren tot aan een sluis in de buurt van Kampen, waar eigenlijk helemaal niets te doen was. 's Avonds begaven we ons na een wederom voedzame maaltijd, ditmaal van bonen, paprika, knoflook, maïs, gehakt, ui en chilimix, naar de kant om een wandeling te maken door het aangrenzende bos in het laatste licht van die dag.

Woensdagochtend begaven we ons richting Harderwijk waar we ons, na een korte stop aan een steiger van het dolfinarium op een industrieterrein vestigden. Hier ontmoetten we de man die menig van ons had geïnspireerd leiding te worden of anders wel sigaren te roken. Rolo. Hij was met zijn eigen bootje op weg naar Friesland, en hier kruisten onze wateren. Samen aten wij een sobere maaltijd van enkel vlees en brood, klaargemaakt op een simpele stalen bak met houtskool. 's Avonds trokken we de stad in waar we een aantal speciale gerstedrankjes nuttigden die ons al snel naar het hoofd stegen. De gebeurtenissen van de verdere avond zijn helaas in Harderwijk achtergebleven.

Donderdag vertrokken we naar Amsterdam. Vanaf de randmeren genoten we van de windmolens en het polderlandschap. Toen we eenmaal ter hoogte van Pampus waren gebeurde er zowaar iets onverwachts. De Schipper activeerde de scheepshoorn, door in de stuurhut op het knopje "toetje toeter" te drukken. Man cq vrouw overboord. Enkelen van ons hadden deze manoeuvre al eens eerder uitgevoerd, maar niet iedereen. We wezen, stuurden, pikhaakten en haalden een trap naar boven om na nog geen vijf minuten de drenkeling (een boei met een anker) aan boord te halen. We legden het schip voor anker en evalueerden de oefening. De tweede keer wist iedereen wat er moest gebeuren en waren we voorbereid. Toch duurde het deze keer langer dan de eerste keer. De wind was inmiddels aangetrokken, en de manoeuvre werd inmiddels gevaarlijk voor ons opvarenden. Golven uit het zwembad sloegen over het gangboord, wat dit samen met het heftige rollen van het schip de minst prettige verblijfplek maakte. Na het opvissen en reanimeren van de boei zetten we koers naar de oranjesluizen in Amsterdam. We laadden nog een halve tank water, waar we niet eens voor hoefden te betalen. hierna zetten we koers naar de veemkade. Na een cirkelvormig Italiaans afhaalgerecht begaven we ons richting de binnenstad. We bereikten het Rembrandtplein, waar we een pintje dronken en de plannen voor de volgende dag besproken.

Vrijdag zouden we ons de hele dag in Amsterdam begeven. We splitsten ons na het eerste kopje koffie op in twee groepen. Een groep wilde hun mannelijkheid bewijzen door te gaan waterfietsen, en de ander door zich in een bepaald toeristisch deel van de stad te begeven om daar de "Amsterdamse cultuur" op te snuiven. Later vonden wij elkaar weer en begaven ons naar eettentje waar we ons tegoed deden aan een aantal reserve ribben met verschillende aardappel zijgerechten. Wederom splitsten wij ons in twee groepen, waar de ene groep zich in een "door derden georganiseerd groepsverband" richting een aantal duistere Amsterdamse kroegen begaf, terwijl de tweede groep zich weer richting het Rembrandtplein sleepte voor een kopje Ierse koffie en de nodige karikaturen. De rest van de avond is een raadsel.

Zaterdag voeren we het Amsterdam-rijnkanaal af richting Tull en 't Waal. Totaal afgeleefd en uitgewoond van dit avontuur ruimden we de laatste dingen op alvorens herenigd te worden met ouders / relaties. Volgend jaar moeten we nog maar eens overwegen of de twee weken aan kamp die aan deze geweldige week vooraf gingen wellicht kindervrij moeten worden gemaakt.

Volgend jaar: Same time, different place

Max Oomen